Laatste reacties

Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad

9 februari 2010

Zin in lezen neemt af, zegt onderzoek

Dat kinderen graag lezen tot het op de middelbare school drastisch afneemt, weten we allang, maar het blijkt nu ook uit onderzoek van de Rijksuniversiteit van Groningen. Daaruit is ook gebleken dat jongeren de bibliotheek mijden door gebrek aan vindbaarheid van het aanbod en door gebrek aan aanbod zelf. Ook dat wisten we eigenlijk al. Er bestáát wel aanbod, maar de media besteden er weinig aandacht aan en de bibliotheek biedt het in onvoldoende mate aan. Boeken voor jongeren worden te weinig ingekocht, waarschijnlijk vanwege het beleid: veel exemplaren van populaire boeken en dus minder exemplaren van de rest. En hoegenaamd niks – ja, ik chargeer een beetje – voor de groep die door de bibliotheken als verloren lijkt te worden beschouwd: de adolescenten.

Uit de verslaggeving over het onderzoek: “Ook veranderende vrijetijdsbesteding speelt een voorname rol. Verder zorgt de scherpe knip tussen jeugdboeken en volwassenenliteratuur na de derde klas voor verminderd leesplezier.”

Het lijkt dus wel degelijk zin te hebben om de aandacht te vestigen op de boeken die speciaal voor die groep worden geschreven, en menigeen wil dat ook, maar de rest niet. Ter gelegenheid van de Boekenweek komt er een bloemlezing speciaal voor deze groep, maar wat hebben ze nou weer gedaan? Gescharreld in het aanbod voor volwassenen in plaats van een bloemlezing gemaakt die is samengesteld uit het aanbod voor adolescenten, om jongeren erop attent te maken dat er boeken zíjn voor deze leeftijdsgroep. – Voordat ik weer aangevallen word: ik heb die bloemlezing niet gelezen; ik heb alleen gezien welke auteurs door samensteller Abdelkader Benali zijn geselecteerd, en dat zijn niet auteurs als Edward van de Vendel, Els Beerten, Floortje Zwigtman en Marita De Sterck. Die niet. Gewoon overgeslagen. Want men wil wel dat adolescenten lezen, maar geen boeken die speciaal voor hen geschreven zijn.

8 februari 2010

VIC

Vicbutiday2Gisteren vond in Hasselt de tweejaarlijkse illustratorendag plaats. Deze werd georganiseerd door de VIC, de Vlaamse Illustratoren Club. Tal van Vlaamse illustratoren kwamen naar de Vlaamse stad om aan workshops mee te doen en naar lezingen te luisteren. Bovendien was er een tentoonstelling ingericht van pop-upboeken uit de collectie van Jan Smeekens, die bewondering verdient voor zijn moed: de meeste boeken waren veilig achter glas, maar de collectie is zo uitgebreid dat op de vensterbanken ook nog prachtig opengevouwen boekwerken stonden, die daarvoor te groot waren, en dus half boven de gloeiende verwarmingsradiatoren bungelden. Je dacht: die arme Jan Smeekens krijgt zijn collectie nooit compleet en heelhuids terug en toch heeft hij heldhaftig medewerking verleend! Het is te hopen dat zijn collectie ook eens ergens in Nederland wordt opgesteld, want er zitten heel bijzondere boeken tussen.

Wie er ook was, tot mijn blijdschap, was Carlo van Baelen, de directeur van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Zoals bekend subsidieert het Vlaamse fonds illustratoren net zo goed als schrijvers, omdat ze daar inzien dat illustraties onderdeel (kunnen) uitmaken van de literaire waarde van een publicatie. In Nederland is in principe ook financiële ondersteuning mogelijk, maar die moet gehaald worden bij het Fonds Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst, en de regels van dat fonds zijn zodanig opgesteld dat het heel moeilijk is voor illustratoren om daar succes te kunnen boeken. Zo was het in ieder geval tot voor twee jaar geleden. Toen is het Fonds meer aandacht gaan besteden aan illustratoren en ik verwacht elk moment het verslag van het Fonds BKVB waarin de afgelopen twee jaren worden geëvalueerd, omdat dat twee jaar geleden is afgesproken. Zodra het rapport binnen is, zal ik erover berichten.

7 februari 2010

Songfestival

SienekeVroeger was ik dol op het Songfestival; ik bleef er voor thuis. Zelfs in mijn studententijd, toen ik geen televisie had, volgde ik het Songfestival, maar dan via de radio. Zelden was ik helemaal gelukkig met de uitslag, maar ongelukkig was ik eigenlijk nooit. De laatste jaren kan het festival me niet meer zo veel schelen, al was ik vorig jaar wel helemaal tevreden over de Noorse winnaar. Maar zojuist zag ik de nationale finale en nu voel ik me toch wel heel erg ongemakkelijk over de uitkomst.

In Nederland heeft de Nos, de omroep die het Songfestival behoort te verzorgen, het ontzettend af laten weten, en als ik eerlijk ben moet ik zeggen dat het beter was geweest als de Tros, die de organisatie overnam, zich er in het geheel niet aan gewaagd had. De omroep had Pierre Kartner gevraagd om een liedje te maken. Die had nog wel wat op de plank liggen dat weinig hitpotentie had, dus perfect voor het Songfestival zal men gedacht hebben, en vervolgens heeft de Tros een aantal jonge artiesten met betrekkelijk weinig charisma gevraagd het liedje ten gehore te brengen in vijf allureloze arrangementen.

Ach, wie het gehoord heeft zal zich wel net zo schamen als ik voor de vertoning die de Tros ervan maakte, met het dieptepunt aan het einde: de stemmen staakten en Pierre Kartner moest de knoop doorhakken en beslissen wie naar het Songfestival mocht. Hij wilde dat niet en daar had hij gelijk in, en er waren ook voldoende alternatieven mogelijk (bijvoorbeeld de volgorde van de stemmen die door het publiek waren uitgebracht; daar konden ze bij de Tros echter niet op komen), maar men dwong Kartner om een keuze te maken. Hij koos Sieneke (foto). Zo armoedig is de procedure nooit eerder geweest. Zo flut de Nederlandse inzending evenmin. Waarin een klein land klein kan zijn.

5 februari 2010

E-book piraterij

Het staat vandaag in de krant, dat e-boeken massaal worden aangeboden via sites als Marktplaats; ik schreef dat al op dit weblog op 8 januari (zie daar), dus echt nieuws is het niet. Digitale boeken kunnen voor één euro worden gedownload en uitgeverijen gaan daar stappen tegen ondernemen. Maar wat kunnen ze doen? Ik ben benieuwd.

Uit het artikel in NRC Handelsblad van Maartje Somers: ‘Eén kleine zelfstandige uitgever begint niet aan e-boeken. Dat is Jean Christophe Boele van Hensbroek van uitgeverij Lemniscaat. Wil Boele van Hensbroek de toekomst tegenhouden? „Ik word afgeschilderd als een holbewoner, maar ik snap werkelijk niet waarom uitgevers zich wentelen in de illusie dat ze op kunnen tegen piraterij”, zegt hij aan de telefoon. „Dat is naïef. Het grootste probleem van digitalisering is: zodra iets een bestand is, ben je het kwijt. Een beetje slimme student heeft het in een paar minuten gehackt.” Bij de site van Lemniscaat kunnen lezers een bestand ophalen van dertig pagina’s. Daarna kunnen ze boeken online lezen, maar downloaden en printen kan niet. Ook dat is niet piraatbestendig. „Maar zo kunnen mensen geen boeken versturen en houden we de zaken net iets meer in eigen hand.”’

4 februari 2010

In Vlaanderen genomineerd...

Genomineerd voor de Boekenleeuw (tekst) zijn:

Marita de Sterck, De hondeneters (Querido)

Kristien Dieltiens, Papinette (Clavis)

Kristien Dieltiens, De zomer van Gisteren & Pudding (De Eenhoorn)

Siska Goeminne, Het fantastische verhaal van Ferre en Frie (De Eenhoorn)

André Sollie, De Zomerzot (Querido)

Laure Van den Broeck, De 17e zomer van Maurice Hamster (Clavis)

Peter Van Olmen, De kleine Odessa (Van Goor)

Sylvia Vanden Heede, Wolf en Hond (Lannoo)

Hilde Vandermeeren, Operatie Bernie Buiten (Davidsfonds/Infodok)

Kathleen Vereecken, Ik denk dat het liefde was (Lannoo)

en voor de Boekenpauw (beeld):

Soetkine Aps, Telfeest! auteur: Jaak Dreesen (De Eenhoorn)

Carll Cneut, Fluit zoals je bent, samensteller: Edward Van de Vendel (De Eenhoorn/ Querido)

Gerda Dendooven, Hoe het varken aan zijn krulstaart kwam (Querido)

Pieter Gaudesaboos, Tommie en de torenhoge boterham auteur: Lorraine Francis (Lannoo)

Tom Schoonooghe, Feestpark (Lannoo)

André Sollie, De Zomerzot (Querido)

Leo Timmers, Kraai (Clavis)

Geert Vervaeke, Een wel heel bijzondere kerst, auteur: Kristien In-‘t-Ven (Lannoo)

Op 24 februari worden de winnaars bekendgemaakt.

3 februari 2010

Mijn moeder en ik

Hoe is het nou met je oog? Heeft de dokter vandaag het verband erafgehaald? Kun je weer zien?

Nou, het gaat niet zo goed als ik hoopte. Ik ben misselijk. Ik zal wel uit balans zijn.

Lig je in bed?

Nee, ik heb gisteren na de operatie zowat de hele dag in bed gelegen en ik wil dat niet vandaag opnieuw doen, want dan slaap ik niet vannacht.

Ik dacht dat het meegevallen was.

Ja, die oogoperatie an sich wel, maar ze zeiden dat na zo’n staaroperatie een wereld voor je opengaat, maar ik zie nog slechter dan eerst. Maar goed, ik ben misschien te ongeduldig.

Wat zei de dokter?

Dat ik een kranig oud vrouwtje ben.

Wanneer moet je terugkomen?

Over een maand.

Maar als je zo slecht blijft zien, moet je dan niet eerder terug?

Ik wacht eerst eens even af.

Er zit een nieuw lensje op dus dat zal wel eerst moeten helen, denk ik.

Als het zo blijft laat ik mijn andere oog niet doen, hoor.

Kun je wel tv kijken?

Ja, dat kan wel. En ik eet vandaag alleen fruit. En je weblog kan ik ook wel lezen, hoor. Gezellige avond was dat in Goirle. Leuke recensie.

Ja, en vanavond mag ik weer. Ik ga voorlezen op Stukafest, een studentenfestival in Nijmegen. Dan moet ik optreden in een studentenkamer.

Hè?

Ja, dat is leuk, dat heb ik een paar jaar geleden ook gedaan. In plaats van dat je in een theater staat, sta je in een studentenkamer op te treden, en die zijn soms heel klein, dus dan moet iedereen op of onder het bed gaan zitten.

Als je maar niet verkracht wordt, haha.

Och, dat is ook niet zo erg,

Nou, fijne avond dan.

Jij ook.

Nacht van het gedicht

Bd010210Bij dit artikeltje (klik erop voor een vergroting) van Dieter van den Bergh uit het Brabants Dagblad wil ik graag twee dingen opmerken. Het klopt dat ik gezegd heb dat ik niet enthousiast ben over het gedicht dat de Turingwedstrijd heeft gewonnen. Maar ik zat gewoon in een bus en niemand had gezegd dat één van de inzittenden een journalist in functie was, dus ik zei er gewoon wat over. Had ik geweten dat de krant erbij was, dan had ik niks gezegd. Maar het is wel waar; ik was behoorlijk verbaasd dat van duizenden ingezonden gedichten (nee, ik heb zelf niks ingezonden) dit schoolvoorbeeld van een gedicht (strak rijm, strak ritme) als beste uit de bus kwam. Als het gedicht Misbruik van Gerwin van der Werf (overal te vinden op internet) – dat ik zeker niet slécht vind, maar dat me in ieder geval niet goed of verrassend genoeg lijkt om een landelijke wedstrijd te winnen – moet doorgaan voor het allerbeste, dan vind ik dat treurig, zeker na de vertoning in De wereld draait door, waarin jurylid Giel Beelen per se een beat onder de voordracht van de winnaar wilde zetten, alsof poëzie alleen goed is als je het op muziek kunt zetten. Misschien een teken dat Beelen niet in die jury had moeten zitten?

Het andere waar ik het nog even over wil hebben is Leonard Nolens. Ja, ik kan me wel voorstellen dat sommige dichters het vervelend vinden als er op een poëzieavond dichters tussen zitten om wie gelachen wordt, want daardoor ogen dichters met weinig humor in hun werk of voordracht een stuk saaier. Het is in het verleden ook wel voorgekomen dat ik niet meer op een dichtersavond mocht komen omdat ik, min of meer letterlijk, de show had gestolen en dat vond men sneu voor de andere dichters. Maar de manier waarop ik gevarieerdheid breng in mijn voordracht is wel waar ik voor sta: ik probeer te laten zien hoe rijk geschakeerd poëzie is, en dat kun je niet doen door in jezelf gekeerd op te treden of monotoon gedichten over het publiek uit te storten waaruit moet blijken hoe serieus je poëzie is en hoe hoogstaand de dichter. Ik weet overigens niet of Nolens zo heeft voorgedragen, want hij trad veel later op dan ik en vanwege het op tijd thuis moeten zijn zat ik toen alweer in de trein.

1 februari 2010

Titaantjes

TitaantjesVandaag was er een persbijeenkomst over de komende Boekenweek waarbij Titaantjes waren we werd gepresenteerd, een boek waaraan 75 schrijvers – evenveel als het aantal Boekenweken – hebben meegewerkt die een brief aan zichzelf schreven, waaronder ook kinderboekenschrijvers (Imme Dros, Peter van Gestel, Daan Remmerts de Vries, Guus Kuijer, Bart Moeyaert en ikzelf waren aanwezig; verder staan ook nog Joke van Leeuwen, Edward van de Vendel en Toon Tellegen in het boek). Het is een fraai boek van 300 pagina’s geworden, compleet met stofomslag en leeslint dat in de Boekenweek slechts 10 euro kost, en het enige minpunt dat ik bij het doorbladeren heb kunnen ontdekken is dat er ook nog tekst staat op het schutblad achterin, en dat oogt slordig.

De presentatie werd besloten met een lunch en voorafgegaan door een aantal sprekers, waaronder Joost Zwagerman, die het boekenweekgeschenk heeft geschreven, en scheidend directeur Henk Kraima, die ik hoorde herhalen dat – ik kan het helaas niet letterlijk reproduceren – mensen pas in de vierde klas van het voortgezet structureel met literatuur in aanraking komen. Dat woord structureel was nieuw, maar volgens mij zei hij hetzelfde als in het eerdere persbericht stond (zie 15 januari), zij het dat hij erachteraan zei dat kinderboekenschrijvers bij jonge lezers de ogen openen voor literatuur. Ik kon niet gauw genoeg een pen en papier te voorschijn halen om te noteren wat hij woordelijk zei, dus ik kan er een beetje naast zitten. Hij wilde volgens mij onderscheid maken: literatuur is literatuur voor volwassenen en kinderboekenschrijvers bereiden jonge lezers daar op voor. Als ik dat toch nog verkeerd verwoord zal ik wel gecorrigeerd worden.

Het was verder een erg genoeglijke bijeenkomst en voor zover ik dat kon aanvoelen was er tussen de schrijvers onderling helemaal geen sprake van een tweedeling. Ik heb gezellig gepraat met o.a. Ramsey Nasr (die in Amsterdam komt wonen), Christine Otten, Maria Goos, Elvis Peters en Esther Jansma.

Iedereen bekeek het boek nauwkeurig, maar de meeste aandacht ving toch een aantal bladzijden in het midden met daarop jeugdfoto’s van de verschillende schrijvers. Eerder vandaag liet ik op dit weblog de foto’s van Daan Remmerts de Vries en Edward van de Vendel zien (ja, Tim had het metéén goed!).

Er werd nog een foto genomen, een soort staatsieportret, op de trap van het Muziekgebouw waar de presentatie plaatsvond, bedoeld voor de voorkant van een krant morgen. Maar nog deze middag stond een foto met alle schrijvers erop van een andere fotograaf op de voorkant van de NRC. Hij is op de site van NRC te zien, namelijk hier: http://www.nrc.nl/kunst/article2473100.ece/Schrijvers_op_foto_voor_Boekenweek.

Wie zijn dit?

Wiezijndit_2Wie zijn dit?

Ach, geef het maar op. Jullie raden het nóóóit! Morgen het antwoord.

31 januari 2010

Jij ende ik openbaar

JijendeikkleinIk vroeg me af: als je een digitaal boek cadeau doet aan lezers en je vraagt ze om het niet te verspreiden, hoe lang duurt het dan voor dat boek toch op internet staat? Minder dan twee maanden. Ik heb verschillende versies gemaakt van Jij ende ik, het pdf-boek dat ik maakte over literatuurgeschiedenis, en dat gestuurd naar lezers die er om vroegen. De versie van 24 november staat nu op internet. Natuurlijk weet ik niet wie het gedaan heeft; ik geloof ook niet dat ik het wil weten.

30 januari 2010

Schager Courant

Schagercourantjan2010

29 januari 2010

E-book, the continuing story

Img350_2Er zit een kant aan het e-book die blijft wringen. Eerst uitleggen hoe het zit met gewone boeken: als je een boek in de winkel koopt dat 20 euro kost, krijgt de schrijver daarvan, in de regel, 10%. Echter niet 2 euro, maar 1,88, omdat eerst de 6% BTW er nog af moet. Omdat e-books goedkoper zijn dan papieren boeken stellen uitgevers hun auteurs een hoger honorarium in het vooruitzicht, namelijk 15%. Ter compensatie. Fijn voor die schrijvers, denk je misschien, maar dat is niet zo. De prijs van een e-book zal ongeveer uitkomen op 10 euro, omdat mensen niet bereid zijn om meer geld te betalen voor een boek dat ze niet eens vast kunnen pakken; de “gevoelswaarde” van een digitaal boek is lager dan die van een boek van papier. En 15% van 10 euro is minder dan 10% van 20 euro. Bovendien valt het e-book niet in het lage BTW-tarief, maar in het hoge van 19%. De auteur krijgt dus, bij eenzelfde berekening als nu, 15% van (10 euro – 19% =) 8,10, te weten 1,22. Schrijvers gaan aanmerkelijk minder verdienen in het plaatje dat de uitgevers schetsen. De VvL, de Vereniging van Letterkundigen wil dat auteurs 20 tot 25% gaan verdienen, en daarmee stelt de VvL zich buitengewoon schappelijk op, want in het buitenland ligt het tarief op 25% - zie het krantenknipsel uit de NRC van 26 januari – en dat is dan de ondergrens. Daarom wil het in Nederland niet lukken met het e-book: schrijvers zíén aan het buitenland dat uitgevers in Nederland hun auteurs zuinig benaderen en daarom gooien veel schrijvers de kont tegen de krib. Het probleem is opgelost, zou je denken, als uitgevers overstag gaan en 25% bieden, maar dat is maar de helft van het verhaal. Want dat percentage wordt berekend over de netto-inkomsten en bij een papieren boek is dat de winkelprijs minus de BTW. Maar bij e-books is helemaal nog niet zo duidelijk wat netto betekent. Als de uitgevers op een bepaald moment akkoord gaan met 25% royalty, maar ze trekken eerst allerlei kosten af, dan komt dat mogelijk op hetzelfde neer als 20% van de winkelprijs minus BTW.  Zo lang dat allemaal niet duidelijk is blijft het modderen met het e-book; dan heb je wel een mooie iPad maar niks interessants om erop te lezen.

28 januari 2010

Gedichtendag

Img349Vandaag is het Gedichtendag. Ter gelegenheid daarvan bracht de Vlaamse Stichting Lezen een piepklein boekje uit met nieuwe gedichten van Stijn Vranken, Sylvie Marie, Maarten Inghels, Paul Bogaert, Edward van de Vendel/Floor de Goede, Charles Ducal, Ruth Lasters, Tsead Bruinja, Christophe Vekeman en mezelf. Het heet Over de grens en het wordt gratis uitgedeeld in Vlaanderen.

Van Poetry International kreeg ik een brief. Ik dacht dat het een uitnodiging was om ergens gedichten voor te lezen. Maar nee. Het was een brief waarin ze vragen of ik aandacht wil besteden aan Gedichtendag. Bij deze, en zie ook: http://www.gedichtendag.com/.

27 januari 2010

Per portie

Img348Tegenwoordig zie je op voedingsmiddelen in een hoekje een klein vignet (klik op het plaatje voor een vergroting) met daarop informatie over de hoeveelheid kilocalorieën (kcal) per portie. Voor mij is het volstrekt onbegrijpelijk waarom dat erop staat, omdat het lijkt of het een wettelijke verplichting is, terwijl het in de praktijk alleen maar verwarrend en zelfs misleidend is. Want hoeveel is 1 portie? Logischerwijze is dat de hoeveelheid per verpakking, want dat ís een portie; welke andere maatstaf zou je kunnen hanteren? Maar de informatie op de achterkant leert dat dat niet juist geredeneerd is. Eén portie is niet de precieze hoeveelheid in de verpakking, maar een willekeurig deel ervan. De informatie gaat ervan uit dat iedereen weet hoevéél zo’n portie dan is. In het geval van de kroepoek van Conimex levert één portie 80 kcal. Dat is niet dat ene zakje van 60 gram dat ik mak-ke-lijk in mijn eentje op kan, maar 15 gram. 15 Gram? Conimex denkt toch zeker niet dat als er bezoek komt ik tegen het bezoek zeg dat ze dat ene zakje met zijn vieren moeten delen? Als je het lullige zakje in je eentje leeg eet heb je dus 320 kcal achter je kiezen, en dat realiseer je je niet als je 80 kcal ziet staan.

Op de verpakking van de snoepjes van Mars staat dat 1 portie 37 gram is en dat je dan 179 kcal binnenkrijgt. Ik wilde weten hoeveel 37 gram is: 17 bolletjes (ik heb ze erbij gelegd). Nou, daar krijg ik amper mijn holle kies mee gevuld! Er zit 150 gram in het zakje en dat smikkel ik heus wel leeg op een avond, maar dan heb ik 725 kcal op en dat is ongeveer net zo veel als een zware maaltijd! Dat heb je helemaal niet in de gaten als je 179 kcal op het pakje ziet staan.

Gelukkig staat achter op verpakkingen ook het aantal kcal per 100 gram, zodat je je érgens aan vast kunt houden. Het was veel handiger geweest als aangegeven was hoeveel kcal er in de verpakking zitten, want als je dan het halve zakje leegeet weet je dat je de helft van het opgegeven aantal kcal binnenkrijgt – logisch hè? En veel minder betuttelend.

26 januari 2010

Miep Diekmann 85 jaar

Diekmann_m_31860_2Vandaag wordt Miep Diekmann 85 jaar.

25 januari 2010

IM Max

Max_v Vandaag is Max Velthuijs precies vijf jaar dood.

24 januari 2010

Voetbalplaatjes

000608752_002_plaatjes_visual_tab1Ja, hoor, het is weer zo ver: de "gratis" voetbalplaatjes komen er weer aan. Bij elke 10 euro aan boodschappen bij Albert Heijn krijg je, als de caissière het niet vergeet en als er voorraad is, 5 voetbalplaatjes. Er zijn er 271. Om ze allemaal te bemachtigen moet je dus minimaal 55 pakjes bemachtigen. En dan moeten in elk nieuw pakje vijf kaartjes zitten die je nog niet eerder hebt. De kans dat je dubbele plaatjes krijgt is zo groot, dat ik vermoed dat je al gauw 100 pakjes nodig hebt om alle 271 plaatjes te verzamelen en dan heb je nóg kans dat je één plaatje niet hebt, en het boek waar je die plaatjes in moet plakken zit er dan ook nog niet bij, net zo min als het blik dat AH verkoopt om dubbele plaatjes in te bewaren. Maar laten we er eens vanuit gaan dat het wél lukt om met 55 pakjes alle 271 plaatjes te scoren. Hoeveel heb je er dan voor betaald, in het allergunstigste geval? Nou, 55 x 10,- = 550 euro. Natuurlijk, daar heb je ook levensmiddelen voor, maar daar heeft een kind dat die plaatjes spaart geen boodschap aan. En in welke periode moet je je slag slaan? De actie begint morgen en eindigt op 7 maart. Dat is 42 dagen. Als je elke dag, inclusief de zondag, boodschappen gaat doen, moet je (550 euro : 42 dagen =) 13,10 uitgeven. Maar voor dat bedrag heb je maar twee pakketjes, dus je moet nog 2,90 extra uitgeven om dat derde pakje te bemachtigen, want dat krijg je pas bij 15 euro. Dus 42 dagen x 15 euro = 630 euro. Voor een boek met plakplaatjes. Best wel dúúúr!

Ik wil trouwens meteen een nieuwe actie voorstellen voor december: de kerststal. Ik som alvast op wat er in de zakjes moet zitten, naast de stal die je er natuurlijk bij kunt kopen: Maria en Jozef (2), het kindje Jezus en het kribje waar het kindje in moet (4), de ezel en de os (6), de drie koningen (9), de engel en de ster voor op de stal (11) en verder de herdertjes die lagen bij nachte in 't veld en de schaapjes die zij hadden geteld (minimaal 2 herdertjes en 3 schaapjes, maar méér als er meer poppetjes moeten zijn!). Wedden dat die actie alle smurfen en sneeuwwitjefiguren gaat overtreffen? Wie wil er nou niet een ministalletje bij de kerstboom op de schouw? Misschien alleen sommige moslims niet.

22 januari 2010

Mooiste boekomslagen

MooisteboekomslagDit zijn volgens de boekverkopers de mooiste boekomslagen van 2009. Klik erop voor een grotere weegave.

Kopen via internet

Canon_logoKopen via internet vind ik erg handig. Maar er zitten haken en ogen aan. Het gemak is het grootst als je gewoon betaalt en dan afwacht tot de gekochte spullen worden afgeleverd. Je bent je geld dan kwijt en je moet hopen dat het product ook echt komt. Dat gaat in de meeste gevallen goed, maar het risico is wel voor de koper. Zo kocht ik een nieuwe printer via canon.nl. Ik dacht: ik koop hem bij de producent zelf, al is-ie daar duurder, want dan zal de service het grootst zijn. Maar toen ik hem eenmaal gekocht had, bleek dat ik hem niet echt gekocht had bij Canon, maar bij een winkelier die Canonspullen namens Canon verkoopt. Dus toen de printer niet geleverd werd, gaf Canon onmiddellijk niet thuis en verwees naar de verkoper, die nu juist een mail had gestuurd met de mededeling dat de printer niet geleverd kon worden en dat het geen zin had om op dat mailtje te reageren. Ik had al wel betaald en zie dan je geld maar eens terug te krijgen als je daarvoor kiest! Enfin, na drie weken kwam de printer dan toch, nadat ik her en der geklaagd had, en vervolgens kocht ik Canon-papier bij een andere internetwinkel. Opnieuw werd het geld meteen afgeschreven en daarná kreeg ik pas de mededeling dat het papier niet voorradig was. Dus daar zit ik nu ook al drie weken op te wachten.

Ik realiseer me dat je tamelijk rechteloos bent als je via internet koopt, omdat je eigenlijk nergens verhaal kunt halen. Zo’n e-winkel zit vaak op een bedrijfsterrein in Roodeschool of Renesse, dus daar ga je niet zo maar even naartoe, en met telefoonnummers die je kunt bellen zijn ze ook niet scheutig. Als je in een gewone winkel iets wilt kopen en ze hebben het niet, dan zéggen ze dat; bij internetwinkels laten ze je eerst het product kopen en betalen en zeggen daarná pas dat ze het niet hebben. Dat dat mág, snap ik niet.

20 januari 2010

Nationale Voorleesdagen

Nvd10_wiebelbillenboogie_150stempel

Vandaag beginnen de Nationale Voorleesdagen. Jeugdbibliothecarissen hebben één prentenboek uit het afgelopen jaar gekozen tot hét prentenboek van het jaar, en dat is De wiebelbillenboogie van Guido van Genechten, dat nu op klein formaat en voor een klein prijsje is uitgebracht. Het is niet helemaal duidelijk waaróm dit boek is gekozen; het lijkt me niet verdedigbaar dat het hier gaat om het prentenboek dat jeugdbibliothecarissen het mooiste prentenboek van het jaar vinden. Het boek is qua verhaal en tekeningen aan de matige kant, daar hoef je verder niet moeilijk of ontwijkend over te doen. Het is gekozen, als ik het goed begrijp, uit tien geselecteerde prentenboeken die het afgelopen jaar zijn verschenen, waartoe ook betere prentenboeken behoren. Maar ook slechtere. Ook van deze lijst is me niet duidelijk hoe die tot stand kwam.


De koe die een ei legde

Auteur: Andy Cutbill, illustrator: Russel Ayto

De wiebelbillenboogie

Auteur & illustrator: Guido van Genechten

Giraf heeft het koud

Auteur & illustrator: Judith Koppens

Ik wil een hond

Auteur: David LaRochelle, illustrator: Hanako Wakiyama

Niels wil nog niet slapen

Auteur & illustrator: Marcus Pfister

Ik voel een voet!

Auteur: Maranke Rinck, illustrator: Martijn van der Linden

Jarig

Auteur & illustrator: Liesbeth Slegers

Agent en Boef

Auteur: Tjibbe Veldkamp, illustrator: Kees de Boer

Raf

Auteur: Anke de Vries, illustrator: Charlotte Dematons

Tandenpoetsen!

Auteur: Helga Warmels, illustrator: Barbara de Wolf

18 januari 2010

Zondag in Bloemendaal

Afgelopen zondag mocht ik voorlezen, tekenen en vertellen in Boekhandel Bloemendaal in Bloemendaal. Het publiek bestond uit volwassenen en kinderen en dat maakt het altijd een beetje moeilijk, want op wie moet je je richten? Ik heb de kinderen als leidraad genomen en ben na drie kwartier vertellen met ze gaan tekenen. Tussendoor las ik gedichten voor voor de volwassenen, die vooral toekeken.

De foto's zijn van Han de Bont!

Wat is dit?

Img328

17 januari 2010

Nelis & Prins: Boekje open

Marjan Nelis en Christel Prins van 5VWO van het Zuyderzee College in Emmeloord hebben van mijn gedicht Boekje open een mooi filmpje gemaakt.

15 januari 2010

Vóór vierde klas geen literatuur

Dsartimg_15577_120_0_sclOp Boekblad.nl staat een merkwaardig bericht. Vierdeklassers van het voortgezet onderwijs krijgen in maart een gratis bloemlezing verhalen. Uit het artikel, geschreven door RR (ik weet niet wie dat is):

‘Het jubileum van de 75ste Boekenweek vraagt om een bijzondere actie, vond de CPNB. Jongeren komen in de vierde klas voor het eerst echt in aanraking met literatuur. Daarom krijgen zij de bloemlezing TXT - Alles is mogelijk in 16 verhalen met literaire verhalen over opgroeien. Abdelkader Benali heeft boek speciaal voor deze gelegenheid samengesteld.’

Het is niet helemaal duidelijk wie verantwoordelijk is voor de uitspraak ‘Jongeren komen in de vierde klas voor het eerst echt in aanraking met literatuur.’ Degene die het heeft gezegd of geschreven stelt dus dat lezers vóór de vierde klas niet echt in aanraking komen met literatuur. En dat is de zoveelste keer dat aan kinder- en jeugboekenschrijvers duidelijk gemaakt wordt dat ze niet bijdragen aan de literatuur. Ik vind dat kinder- en jeugdboekenschrijvers daar maar eens serieus op in moeten gaan door zich neer te leggen bij die conclusie en hun handen af moeten trekken van de taak die zij in werkelijkheid bloedserieus nemen, namelijk het stimuleren van het lezen, de leesontwikkeling en de literatuur. Stop er maar eens mee. Houd maar eens op met je best doen om kinderen aan het lezen te krijgen en te houden. Of trek je terug in het hok waar men je zo graag wil hebben; houd op met het stimuleren van vérder lezen. Kinder- en jeugdboekenschrijvers zouden zich eens moeten beperken tot het stimuleren van literatuur tót 18 jaar – o sorry, die bestáát niet: boeken tót 18 jaar. En dan nemen zij die van mening zijn dat er vóór de vierde van het voortgezet onderwijs niet echt literatuur bestaat het zelf maar over.

14 januari 2010

Henk Pröpper voorzitter Letterenfonds

Propperh_provily_2Henk Pröpper, nu directeur van het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds, wordt directeur van het nieuwe Nederlands Letterenfonds, waarin NLPVF en het Fonds voor de Letteren samengaan. Er wordt nog gezocht naar een nieuwe bestuursvoorzitter.

Uit het persbericht: 'Het komende jaar is voor het Nederlands Letterenfonds een overgangsjaar. Voorlopig opereert het fonds vanuit de twee bekende adressen: de Huddestraat en het Singel. Om het organisatorische en fysiek samengaan van beide afdelingen te realiseren, heeft het bestuur Greetje van den Bergh gevraagd om tijdelijk de leiding van de Huddestraat-afdeling op zich te nemen. Van den Bergh (1947) was sinds april 2009 waarnemend directeur van het Fonds voor de Letteren en vervulde en vervult een groot aantal bestuurlijke functies in het culturele veld, o.a. als Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie.

Achtergrond voor de fusie is de ambitie om de kwaliteit en diversiteit van de literatuur te bevorderen in een omgeving die snel verandert en waar de pluriformiteit onder druk staat. Eén groot letterenfonds is hiertoe beter in staat dan twee aparte fondsen.

Het Nederlands Letterenfonds blijft zich op volle kracht inzetten voor de ondersteuning van schrijvers en vertalers en de promotie van de Nederlandse literatuur in het buitenland. Dankzij de steun van het ministerie van OCW zal het zich daarbij versterkt gaan richten op internationaal vertaalbeleid, non-fictiebeleid en nieuwe ontwikkelingen in literatuur en boekenvak.

Tjalling Halbertsma (voorheen bestuursvoorzitter van het FvdL) en Klaas de Vries (voorheen bestuursvoorzitter van het NLPVF) bekleden samen het voorzitterschap.'

Druk druk druk

ZwemparadijsO, wat had ik het druk de afgelopen twee dagen! Ik mocht gisteren om negen uur in de ochtend aantreden voor een lezing over poëzie in het onderwijs in Antwerpen, en om daar op tijd te kunnen beginnen, was ik de vorige avond al gekomen: om kwart voor middernacht moesten ze me met een speciale sleutel binnenlaten want het hotel was allang gesloten omdat het te laat voor ze was. Mijn broer had me speciaal met de auto naar Antwerpen gebracht, want met de trein was er geen beginnen aan: als je vanuit Eindhoven dezelfde avond nog naar Antwerpen wilt, moet je op zijn laatst om 21.00 uur in de trein zitten. En ik had nog tot 22.00 uur een lezing in Eindhoven over kunst. En daarvóór, rond het avonduur, had ik een uitvoerig gesprek gehad over hoe je kunst kunt combineren met kinderen. En dáár weer voor verzorgde ik, aan het einde van de ochtend, een schrijversoptreden op de school van mijn neefje, want dat heb ik bij alle vier de kinderen van mijn broer gedaan, toen ze ongeveer in groep 7 zaten. Dat was ook in Eindhoven, dus tussendoor ging ik op bezoek bij mijn moeder.

Ze stond al helemaal klaar met haar jas aan, want we zouden naar bejaardenzwemgymnastiek gaan. Ik schaamde me dóód, want ik ben helemaal niet bejaard, maar ik deed het toch, omdat ik het heel goed vind dat bejaarden in Eindhoven de kans krijgen om voor een paar euro te zwemmen in zwemcentrum De Tongelreep (dat is het zwembad van Pieter van den Hoogeband).

Ik kleedde me om en voegde me bij het groepje van slechts vier bejaarden dat van een instructrice die er duidelijk weinig zin in had aanwijzingen kreeg: we moesten huppen van onze ene voet op de andere, zwaaien met onze armen en steppen op een soort plank die op de bodem lag. Ik vond het vrij suffe oefeningen, maar ik heb dapper meegedaan, want gymnastieken in water is ontzettend goed voor je en niet alleen als je bejaard bent.

Na het halve uurtje huppen zijn mijn moeder en ik in de jacuzzi gaan zitten en vervolgens gingen we zwemmen in het zwemparadijs. Ik weet niet of het zo heet, maar zo proberen ze het te laten overkomen, met kleurrijke poppen die water spuwen, een golfslagbad en twee heel lange glijbanen. En géén kinderen die de boel onder schreeuwen, want het was voor bejaarden, en daar waren er niet veel van op deze vroege middag, dus ik zag mijn kans schoon en heb iets gedaan wat ik altijd al graag wilde doen, maar nooit deed omdat ik geen kind meer ben en bang was dat ik voor gek zou staan: ik ben in zo’n glijbaan gegaan. Je moet dan veel trappen op, stapt in een soort koker en laat je via allerlei bochten door een ellenlange buis naar beneden glijden, waarna je met een plons in het water valt. Leuk joh! Er waren dus geen kinderen en de bejaarden durfden er niet in, dus ik kon meteen wéér die trap op omhoog en hoefde niet in de rij te staan. Ik ben zeker drie keer van die glijbaan afgeroetsjt en toen ook nog twee keer van een andere. Die vond ik enger. De eerste was ook een beetje eng, maar léúk eng. Ik had het gevoel dat ik het zwemparadijs helemaal voor mij alleen had. Heerlijk! Ik moet eens uitzoeken of ze in Amsterdam ook zwemparadijzen hebben met bejaardenzwemmen!

12 januari 2010

Vanille, zalm, theezakjes

Img295Ik stond in de AH met twee overvolle tassen en zag op de kassabon (die ik voor het verlaten van de winkel vaak even controleer om te zien of ik geld moet terughalen bij de klantenservice omdat een bonuskorting niet is doorberekend) dat er twee keer vanillestokjes op stond, terwijl ik maar één piepklein zakje had gekocht.

‘Er staat twee keer vanillestokjes op, maar ik heb maar één zakje gekocht. De caissière heeft het dubbel aangeslagen.’

‘Misschien heeft u per ongeluk twee zakjes gekocht en dat niet opgemerkt en de caissière wel.’

‘Waarom zou ik twee zakjes kopen als ik er maar één nodig heb?’

‘Dat weet ik niet, meneer. In ieder geval kan ik u niet zo maar op uw woord geloven dat u maar één zakje heeft gekocht.’

‘Ik laat u dat zakje toch zien?’

‘Maar dat wil toch niet zeggen dat u geen tweede zakje heeft? Misschien zit dat in uw tas.’

‘Dus u wilt dat ik alle boodschappen uit mijn tas haal om te laten zien dat er geen tweede zakje in zit?’

‘Dat zullen de mensen die in de rij staan u niet in dank afnemen, maar ik denk dat er niks anders opzit.’

‘En als er geen tweede zakje in mijn tassen zit, gelooft u me dan?’

‘Het is geen kwestie van geloven, meneer. Maar iedereen kan wel zeggen dat hij maar één product heeft gekocht in plaats van twee.’

‘Nou, dan zal ik mijn tassen leegmaken.’

‘Misschien heeft u het tweede zakje in uw jas zitten of in uw kleren.’

‘Moet ik mijn zakken ook nog leeghalen?

‘Wel als u 1,25 terug wilt hebben.’

Deze dialoog speelde zich af in mijn hoofd toen ik bij de uitgang stond te dubben: zal ik naar de klantenservice gaan om het geld voor het tweede zakje vanillestokjes terug te halen of niet? Ik voelde niks voor een discussie met de baliemedewerkster en besloot die 1,25 maar te laten zitten. Ik wist bovendien niet zeker of ik misschien niet toch een tweede zakje vanillestokjes had gekocht, zonder dat ik het gemerkt had.

Thuisgekomen liep ik de boodschappen nauwkeurig na. Nee, er zat maar één zakje vanillestokjes in mijn tas, dus de caissière had mij voor 1,25 beduveld. Maar nadat ik de bedragen op de kassabon had afgestreept en de bijbehorende boodschappen had opgeborgen, bleef er één product over: een mootje zalm. Stond niet op de kassabon! Had ik wel keurig op de band gelegd, maar kennelijk had de caissière in plaats van de zalm de vanillestokjes nog een keer gescand. Ik heb geen moment overwogen om twintig minuten terug te lopen naar de winkel om die zalm alsnog te gaan betalen. Ik heb die zalm opgepeuzeld, er maar 1,25 voor betaald en mijn geweten gesust met het voornemen dat ik het eerlijk zou opbiechten op dit weblog. Bij deze!

En waarom staat er nou een plaatje bij van theezakjes? Omdat ik toch iets te zeuren wil hebben over de AH. Het was me al eerder opgevallen: als je thee van het huismerk van Albert Heijn kocht, kreeg je zakjes met aan het uiteinde van het touwtje een kartonnen labeltje; koos je voor het duurdere merk Pickwick of Lipton, dan zat er aan het einde van het touwtje een goedkoop, slap papiertje. Vervelend als dat in de thee valt, want dan zit je met een kleddernat vodje, vandaar dat ik die kartonnetjes fijner vond. Maar AH is nu ook overstag gegaan: aan het uiteinde van hun theetouwtjes zitten ook slappe papiertjes, en ook de theetouwtjes zelf zijn behoorlijk ingekort. Dat zal uit kostenbesparing zijn gedaan. Maar de thee is niet goedkoper geworden, nee, dat niet.