TEDx Amsterdam
Vandaag was er een bijzondere dag in het Tropenmuseum: TED. Nee, het ging niet over mij; TED staat voor Technology, Entertainment, Design. Het is een happening die zijn oorsprong vindt in de United States, als ik het goed heb, en ik kreeg een uitnodiging om een manifestatie ervan in Amsterdam bij te wonen: TEDx. Ik wist niet waarom ik speciaal werd uitgenodigd – misschien omdat ik Ted heet - maar ik besloot erheen te gaan uit nieuwsgierigheid. Met Francine Oomen, die ook een uitnodiging had gekregen. En verder waren we daar met zo’n vierhonderd andere genodigden, van wie we sommigen wel van gezicht kenden, maar niemand persoonlijk. Er waren geen schrijvers, voor zover we konden zien. We voelden ons een beetje uitverkoren, maar het was spijtig dat we niemand kenden, want daardoor raakten we ook niet in gesprek met anderen, en dat was eigenlijk wel de bedoeling.
We kregen in meerdere sessies, vanaf ongeveer kwart over negen in de ochtend, optredens voor onze kiezen. Ik noem het optredens, omdat ze het midden hielden tussen een performance en een lezing, waarbij de sprekers ongeveer achttien minuten uit het hoofd vertelden over ideeën die ze hebben of plannen waar ze mee bezig zijn. Vervelend was dat de sprekers niet gelijk behandeld werden: sommige sprekers werden na achttien minuten afgekapt terwijl anderen ongehinderd langer door mochten spreken, hetgeen vooral irritant was als het praatje toch al vervelend was.
De toon werd gezet door presentator Joris Luyendijk, die dat erg leuk deed. Zijn vrolijke toon werd onmiddellijk onderuitgehaald door de eerste spreker, burgemeester Cohen, die ik niet eerder zo ongeïnspireerd heb horen praten. Hij vertelde wat over de geschiedenis van Amsterdam, waar niemand bij deze specifieke gelegenheid op zat te wachten, en hij deed dat volstrekt humorloos. Raar, want ik heb hem vaker horen praten, en hij deed dat toen een stuk beter.
Wie verder opviel was pinses Mabel/Mabel van Oranje, die het werkelijk erg goed deed en bevlogen sprak over haar werk. Ze maakte een spreekfout die wat ons betrof legendarisch zou mogen worden. Ze zei dat president Obama de eerste zwarte president van de United Change is, in plaats van States. Ze herstelde dat meteen, maar de fout was leuk en van poëtische allure.
Ook heel goed was Louise Vet, die overtuigend vertelde dat het een keuze is om energie te gebruiken die eindig is. Het is heel goed mogelijk om oneindig veel energie te krijgen uit de zon, maar daarin wordt niet zo geïnvesteerd, omdat er meer geld te verdienen valt aan energie die op raakt! Ze vertelde verder dat er te weinig fosfor is, maar dat er fosfor zit in onze poep en dat we daarom gerust iets mochten achterlaten.
Goed en soms zelfs ontroerend, waren rabijn Soetendorp, Jacob Gelt Dekker en Gary Carter, en top was Hans Aarsman. Daarna wilde ik dat het afgelopen was, want na hem was het wel genoeg. Toen kwam echter nog een weliswaar onderhoudende Marcel Dicke, maar mijn interesse gaat toch meer uit naar het kunstenaarschap van Aarsman dan naar het eten van insecten waar Dicke over vertelde. Vandaar dat ik na die laatste lezing naar huis ben gegaan en het slot van de dag niet meemaakte; het was gewoon te veel voor me. Misschien had ik liever gehad dat er een keuzeprogramma was geweest, al is daarvan het onmiskenbare nadeel dat je dan niet kunt stuiten op een lezing waar je niet voor gekozen hebt maar die wel fantastisch is.
Ik vond het erg de moeite waard, al waren sommige lezingen ideeënarm of eigenlijk niet veel meer dan een verkooppraatje. Maar dat werd dan weer goedgemaakt door de lezingen die wel inspirerend waren. Die hadden dan weer het nadeel dat ik geïnspireerd dacht: ik wil óók op dat podium staan! Tijdens de saaie lezingen zat ik al te bedenken waar mijn achttien minuten dan over zouden moeten gaan.




Zo nu en dan krijg ik het verzoek om mee te werken aan een enquête over de NS. De vraagstellingen zijn bijna altijd zodanig gekleurd, dat de uitkomsten tot op zekere hoogte voorspelbaar zijn. Een merkwaardige vraag in de enquête die ik het laatst voor mijn kiezen kreeg, ging over de toiletten op het station van vertrek. Ik denk dat voor heel veel mensen zal gelden dat gedurende de treinreis de toiletten op het startstation het minst belangrijk zijn, omdat je meestal vóór vertrek naar de wc gaat. Je gaat niet met een volle blaas op pad om op het station in je woonplaats naar de wc te gaan. Volgens mij. Maar vragen over toiletten op overstapstations of eindstations waren er niet, waardoor de uitkomsten van zo’n enquête per definitie zullen aangeven dat de behoefte aan toiletten op stations minder groot is dan die in werkelijkheid is.
Sinds vandaag is er een bijzonder hoogleraar illustratie aan de Universiteit van Amsterdam. Haar naam is Saskia de Bodt (foto: Jeroen Oerlemans) en vandaag werd ze geïnstalleerd. Daaraan voorafgaand (of eigenlijk: onderdeel daarvan uitmakend) vond de Fiep Westendorp Dag plaats in de universiteitsbibliotheek. Dat beide evenementen min of meer tegelijkertijd plaatsvonden is niet zo verwonderlijk, want de Fiep Westendorp Foundation heeft ervoor gezorgd dat er een hoogleraar illustratie is gekomen.
Morgen gaan we met zijn allen naar Kasteel Groeneveld in Baarn om afscheid te nemen van Liesbeth ten Houten. Wie dat is? Veertig jaar lang was Liesbeth boekenmaakster, het grootste gedeelte daarvan uitgeefster bij Leopold, eerst in Den Haag en later in Amsterdam.
Mirjam Oldenhave schrijft het Kinderboekenweekgeschenk van 2010. Dat heeft de CPNB zojuist bekendgemaakt. Het thema van de Kinderboekenweek zal zijn: het verbeelden van verhalen, onder het motto De Grote TekenTentoonstelling - beeldtaal in kinderboeken.
Toen Philip Hopman van zijn paard viel en zijn been brak, maakte ik daar melding van op dit weblog. Toen niet veel later Dolf Verroen in Amsterdam zijn heup brak, heb ik dat niet gemeld. Die beslissing nam ik gevoelsmatig. Ik vond de gebroken heup van Dolf om de een of andere reden te privé; mee zal hebben gespeeld dat ik verwachtte dat Dolf, vanwege zijn gevorderde leeftijd, heel lang zou moeten revalideren, en dat vond ik niks voor op dit weblog. Ik dacht dat Philip zo weer op de been zou zijn omdat hij een jonge vent is (nou ja, zo pril is hij nu ook weer niet meer, maar in ieder geval niet over de tachtig, zoals Dolf), dus het bericht over hem vond ik wél geschikt voor dit weblog. Maar soms vergis je je: Dolf loopt alweer rondjes rond zijn huis, terwijl Philip, die weliswaar gipsvrij is, nog behoorlijk veel last heeft en moeilijk redelijke afstanden aankan. Maar het komt goed met hem. Echt.
Een van mijn favoriete programma’s is Expeditie Robinson (RTL 5, donderdagavond), een programma waarin Nederlanders en Belgen op een eiland worden gedropt en daar moeten zien te overleven onder het oog van de camera. Het meest interessant vind ik de onderlinge verhoudingen, de manier waarop mensen zich in de groep handhaven (of niet).
Gisteren was er in De Rode Hoed in Amsterdam een avond, georganiseerd door uitgeverij Van Oorschot en SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam), rond het verschijnen van het eerste deel van Kroniek van een schuldig leven, de biografie van Gerard Reve door Nop Maas. Ik was gevraagd om een lezinkje te geven over een oud boek van Reve en ik heb dat ook gedaan. 
Ik schrijf dit jaar het Groot Kinderdictee. De zesde editie van het Groot Kinderdictee wordt zondag 13 december om 19.00 uur uitgezonden op Nederland 3 door de NPS. Philip Freriks tekent zoals gewoonlijk voor de presentatie en de locatie is opnieuw het gebouw van de Eerste Kamer in Den Haag. Scholen kunnen hun schoolkampioen aanmelden tot 4 november via de website van het programma:
Vorige week stond Mr Finney, het boek van prinses Laurentien en Sieb Posthuma al in de Bijenkorf Top 10, terwijl het pas vandaag uitkwam. Vanmiddag werd het in Rotterdam gepresenteerd en voor de aanwezigen was het een hele zit. Dat lag zeker niet aan Edward van de Vendel, die heel naturel presenteerde en daarbij even gemakkelijk omging met de volwassenen als met de kinderen in het publiek. Tot die volwassenen behoorden prinses Irene, prinses Laurentien en haar man prins Constantijn, een aantal fractievoorzitters van de Tweede Kamer en de burgemeester van Rotterdam. Die zaten allemaal op de eerste rij en het was ook uitsluitend voor díé rij en de pers dat het programma was opgezet. Grote en kleine mensen werden op of vóór het podium zodanig opgesteld dat ze alleen gezien konden worden als je op de voorste rij zat. In de zaal zaten, tussen alle volwassenen in, tal van kinderen, die niets konden zien en voor wie het programma stierlijk vervelend was. Niet in het minst doordat niemand iets verrassends zei, behalve de directeur van vuilverwerkingsbedrijf Van Gansewinkel, de heer Zondag, die een stel kinderen uitnodigde om mee te rijden op een elektrische vuilniswagen, en daar had de rest van de zaal ook ontzettende zin in. Nou ja, ik. Voor het overige zei men alleen wat wenselijk was en werd er behoorlijk gefleemd: over dat volwassenen beter naar kinderen moeten luisteren, want als het aan kinderen lag kwam het met het milieu helemaal goed, maar ja, die domme volwassenen willen almaar niet naar kinderen luisteren, hè? – Dat soort taal.
Wie in het weekend met de trein wil heeft niet zelden pech: menig trein rijdt op zaterdag en zondag niet en tot voor kort werden dan bussen ingezet (vooral het traject Utrecht - Eindhoven is berucht). Als je op internet uitzocht hoe je in zo'n geval het best kon reizen, dan werd aangegeven dat je op het stuk waar geen trein reed een NS-bus kon nemen. - Vervelend, maar als je het klappen van de zweep eenmaal kent gaat het redelijk vlot.

Laatste reacties