Laatste reacties

  • Ted @Kees: pod kan altijd nog, m
  • Ted Eh, dat zeg ik niet, Marijke
  • dirk Leuk dat het nu ook in Neder
  • marijke nou?
  • marijke prachtig zijn de hertalingen
  • Bart @Ted: ja, dat zag ik! En dat
  • Kees Waarom geen Printing on dema
  • marijke je hebt wel uitgelegd waarom
  • Ted Dank je, Bart. Komt het conc
  • Bart Een erg mooi boekwerk, Ted!

Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad

20 november 2009

TEDx Amsterdam

TedxVandaag was er een bijzondere dag in het Tropenmuseum: TED. Nee, het ging niet over mij; TED staat voor Technology, Entertainment, Design. Het is een happening die zijn oorsprong vindt in de United States, als ik het goed heb, en ik kreeg een uitnodiging om een manifestatie ervan in Amsterdam bij te wonen: TEDx. Ik wist niet waarom ik speciaal werd uitgenodigd – misschien omdat ik Ted heet - maar ik besloot erheen te gaan uit nieuwsgierigheid. Met Francine Oomen, die ook een uitnodiging had gekregen. En verder waren we daar met zo’n vierhonderd andere genodigden, van wie we sommigen wel van gezicht kenden, maar niemand persoonlijk. Er waren geen schrijvers, voor zover we konden zien. We voelden ons een beetje uitverkoren, maar het was spijtig dat we niemand kenden, want daardoor raakten we ook niet in gesprek met anderen, en dat was eigenlijk wel de bedoeling.

We kregen in meerdere sessies, vanaf ongeveer kwart over negen in de ochtend, optredens voor onze kiezen. Ik noem het optredens, omdat ze het midden hielden tussen een performance en een lezing, waarbij de sprekers ongeveer achttien minuten uit het hoofd vertelden over ideeën die ze hebben of plannen waar ze mee bezig zijn. Vervelend was dat de sprekers niet gelijk behandeld werden: sommige sprekers werden na achttien minuten afgekapt terwijl anderen ongehinderd langer door mochten spreken, hetgeen vooral irritant was als het praatje toch al vervelend was.

De toon werd gezet door presentator Joris Luyendijk, die dat erg leuk deed. Zijn vrolijke toon werd onmiddellijk onderuitgehaald door de eerste spreker, burgemeester Cohen, die ik niet eerder zo ongeïnspireerd heb horen praten. Hij vertelde wat over de geschiedenis van Amsterdam, waar niemand bij deze specifieke gelegenheid op zat te wachten, en hij deed dat volstrekt humorloos. Raar, want ik heb hem vaker horen praten, en hij deed dat toen een stuk beter.

Wie verder opviel was pinses Mabel/Mabel van Oranje, die het werkelijk erg goed deed en bevlogen sprak over haar werk. Ze maakte een spreekfout die wat ons betrof legendarisch zou mogen worden. Ze zei dat president Obama de eerste zwarte president van de United Change is, in plaats van States. Ze herstelde dat meteen, maar de fout was leuk en van poëtische allure.

Ook heel goed was Louise Vet, die overtuigend vertelde dat het een keuze is om energie te gebruiken die eindig is. Het is heel goed mogelijk om oneindig veel energie te krijgen uit de zon, maar daarin wordt niet zo geïnvesteerd, omdat er meer geld te verdienen valt aan energie die op raakt! Ze vertelde verder dat er te weinig fosfor is, maar dat er fosfor zit in onze poep en dat we daarom gerust iets mochten achterlaten.

Goed en soms zelfs ontroerend, waren rabijn Soetendorp, Jacob Gelt Dekker en Gary Carter, en top was Hans Aarsman. Daarna wilde ik dat het afgelopen was, want na hem was het wel genoeg. Toen kwam echter nog een weliswaar onderhoudende Marcel Dicke, maar mijn interesse gaat toch meer uit naar het kunstenaarschap van Aarsman dan naar het eten van insecten waar Dicke over vertelde. Vandaar dat ik na die laatste lezing naar huis ben gegaan en het slot van de dag niet meemaakte; het was gewoon te veel voor me. Misschien had ik liever gehad dat er een keuzeprogramma was geweest, al is daarvan het onmiskenbare nadeel dat je dan niet kunt stuiten op een lezing waar je niet voor gekozen hebt maar die wel fantastisch is.

Ik vond het erg de moeite waard, al waren sommige lezingen ideeënarm of eigenlijk niet veel meer dan een verkooppraatje. Maar dat werd dan weer goedgemaakt door de lezingen die wel inspirerend waren. Die hadden dan weer het nadeel dat ik geïnspireerd dacht: ik wil óók op dat podium staan! Tijdens de saaie lezingen zat ik al te bedenken waar mijn achttien minuten dan over zouden moeten gaan.

18 november 2009

Jij ende ik

JijendeikSinds ik schrijver ben heb ik twee boeken gemaakt die nooit zijn gepubliceerd. Nou ja, ik heb wel meer geschreven dat de eindstreep niet haalde, maar die twee boeken struikelden ná de finish. Het ene heette Koninginnen in het gras en bestond uit vrolijke gedichten, waarvan uitgeefster Liesbeth ten Houten op de valreep zei: ‘Ik denk dat ze het heel erg gaan vergelijken met Annie M.G. Schmidt en ik weet niet of je die vergelijking aan moet gaan.’ Nee, ik vond zelf van niet en trok vervolgens dat boek terug. Dat is inmiddels zo’n twintig jaar geleden.

Het andere is van recenter datum en heet Jij ende ik. Ik heb het gemaakt om, kortweg, twee redenen.

1. Je ziet haast geen literatuurgeschiedenis meer. In de boekhandel zie je de Beatrijs niet liggen en Karel ende Elegast evenmin, en dat verbaast me nauwelijks; ik heb altijd gevonden dat die verhalen in oud Nederlands zo moeizaam te lezen zijn, dat de taal het genieten van het verhaal in de weg staat. Ik las ze zelf ook niet op de middelbare school, toen het nota bene móést.

Waarom, dacht ik, vertel je de geschiedenis van de literatuur niet aan de hand van gedichten? Dan hoef je die lange verhalen niet te lezen, die toch al niet aansluiten bij deze tijd, terwijl gedichten door de eeuwen heen zijn geschreven om dezelfde redenen als nu: liefde, verlies, aanklacht, enzovoort.

Nou, dat ben ik gaan doen. Ik heb de geschiedenis van de Nederlandse literatuur van 1100 tot 1900 samengevat in 30 gedichten, die een aardig bedoeld overzicht vormen van de literatuurgeschiedenis en die, hoop ik, smaken naar méér. Want dat is de bedoeling: de bundel is een introductie van het enorme domein van de rijke literatuurgeschiedenis. Zo van: als dít er al is, wat is er dan nog méér?

2. Wie het over literatuurgeschiedenis heeft, heeft het bijna automatisch over de canon. Ik ben zeer tegen het maken van een soort top 10 van literatuur die iedereen gelezen móét hebben, want canon is een ander woord voor verarming. Je moet de literatuurgeschiedenis niet inperken tot wat hoogtepunten, maar laten zien hoe rijkgeschakeerd die is en lezers er hun eigen weg in laten vinden. Om tot een introductie te komen heb ik het proza gelaten voor wat het is en heb me uitsluitend gericht op poëzie. Die is over het algemeen kort en bondig en dan is het niet zo lastig om een tekst in oud-Nederlands te lezen. Als het goed is lees je de bedoeling van de dichter erdoorhéén. Bovendien heb ik gekozen voor onbekende naast bekende gedichten, om zo te laten zien dat er méér is dan de canon.

Met dat boek heb ik twee jaar geleurd en uiteindelijk wilde niemand het hebben. Niet omdat uitgeverijen het idee of de uitvoering niet goed vonden, maar omdat ze het niet aandurfden, of zoals een van de uitgevers zei: het kost te veel woorden om uit te leggen wat voor boek het is.

Ter gelegenheid van mijn dichtersjubileum op 24 november (op die dag in 1984 werd mijn eerste gedicht gepubliceerd) kan iedereen die wil een gratis digitaal exemplaar van Jij ende ik krijgen. Het is een bundel in pdf, die ik speciaal gemaakt heb om aan uitgevers te laten zien hoe het er ongeveer uit moest komen te zien. Wie het wil hebben moet even een mailtje sturen naar tedvanlieshoutapenstaartjehetnet.nl en krijgt het toegemaild.

17 november 2009

Leesgoed

Img177Leesgoed is een van de weinige bladen over kinder- en jeugdboeken, en toch heb ik al vaak op het punt gestaan om mijn abonnement (hoe lang ben ik al geabonneerd? Zeventien jaar ofzo?) op te zeggen. Maar omdat het blad in essentie sympathiek is en moeite heeft om het hoofd boven water te houden, heb ik dat niet gedaan. Elke keer als een nieuw nummer verschijnt en ik het doorblader, is er wel iets dat me irriteert. In het nummer dat vandaag in de bus viel staat bijvoorbeeld deze ergerlijke passage (klik op het plaatje als het groter moet). Het boek Isa’s droom is niet van Lydia Rood maar van Marco Kunst en het is niet waar dat ik een nieuwe versie heb geschreven van Edward van de Vendels De dagen van de Bluegrass liefde! Ik vind dat zulke fouten, twee pal bij elkaar nota bene, niet voor zouden mogen komen in een blad als Leesgoed. Maar er is meer waar ik over val. Het blad hobbelt nogal eens achter alles aan en dat komt door de lange productietijd, waar de medewerkers verder niet zo veel aan kunnen doen. Je hebt daardoor vaak het gevoel dat een nieuw nummer niet zo nieuw is. Dat zal een van de redenen zijn geweest waarom er een website aan gekoppeld is. Op die manier kun je artikelen sneller aanbieden. Het probleem is echter dat je niets kunt vinden op de site. Je kunt stukjes eigenlijk alleen vinden als je er bij toeval op stuit. Het is mij in ieder geval nog niet gelukt om het systeem van Leesgoed Online te doorgronden. En dat is erg vervelend, want het komt steeds vaker voor dat in het papieren blad een artikeltje na een paar regels al ophoudt en dat je dan verder moet lezen op internet. Daar heb ik helemaal geen zin in (ik heb niet voor niets een abonnement op een papieren blad!), maar soms wil je toch verder lezen, en dan verdwaal je hopeloos op Leesgoed Online en heb je niks: je hebt het niet kunnen lezen op Leesgoed Online en je hebt het ook niet kunnen lezen in Leesgoed het tijdschrift.

Voor wie nieuwsgierig is geworden naar Leesgoed – en ik gun het blad beslist een grote lezerschare toe! – kan in het nieuwe nummer tal van aardige artikelen vinden, zoals over romans voor adolescenten, over Floortje Zwigtman en over de Slash-reeks. Verder hebben ze zelf kennelijk door dat de website niet helemaal goed functioneert, want in de kleine lettertjes staat dat ze nog een stagiair zoeken voor de website. Die is hier te vinden: www.leesgoed.eu. Wat mij betreft kunnen ze er beter een vakman of -vrouw bij halen.

Geen uitdaging meer

Cartoon_carEen van de betere kinderboekenillustratoren zei quasi serieus, toen we met een stel kinderboekenmakers in de auto zaten: ‘Ik heb er geen zin meer in. Ik ga me laten omscholen.’

De medepassagiers protesteerden heftig, want het betrof werkelijk een van de beste kinderboekenillustratoren van ons land. We wilden weten waarom.

‘Nou, er zit geen uitdaging meer in.’

Ik zei: ‘En als we nou een spannend boek gaan maken met erotische verhalen van gerenommeerde kinderboekenschrijvers, zou je dat dan wel willen illustreren?

‘Ja, dat wel.’

‘Kunnen we net zo goed meteen op het omslag van NRC Weekblad gaan staan,’ schamperde een van de passagiers, ‘want kinderboekenschrijvers en seks, da’s vragen om problemen.’

Waarna ook dit plan weer regelrecht de prullenbak in kon.

16 november 2009

NS-enquête

BezzZo nu en dan krijg ik het verzoek om mee te werken aan een enquête over de NS. De vraagstellingen zijn bijna altijd zodanig gekleurd, dat de uitkomsten tot op zekere hoogte voorspelbaar zijn. Een merkwaardige vraag in de enquête die ik het laatst voor mijn kiezen kreeg, ging over de toiletten op het station van vertrek. Ik denk dat voor heel veel mensen zal gelden dat gedurende de treinreis de toiletten op het startstation het minst belangrijk zijn, omdat je meestal vóór vertrek naar de wc gaat. Je gaat niet met een volle blaas op pad om op het station in je woonplaats naar de wc te gaan. Volgens mij. Maar vragen over toiletten op overstapstations of eindstations waren er niet, waardoor de uitkomsten van zo’n enquête per definitie zullen aangeven dat de behoefte aan toiletten op stations minder groot is dan die in werkelijkheid is.

Er waren ook vragen over toiletten in de trein, en ook daarbij werd gestuurd in de richting van een voor NS zo wenselijk mogelijke uitkomst: als je in de trein naar de wc wilt zul je daar extra voor moeten gaan betalen. De vraag of je in de trein naar een aanwezig en schoon toilet wilt voor nul extra geld, kwam in het geheel niet voor. – Volgens mij zijn géén toiletten in de trein geen optie, want als je moet, dan moet je, en ik heb liever niet dat mensen tussen de banken in gaan zitten schijten. Toch is dat voor NS wel een optie. Als ik de enquête goed lees opteert NS voor deze uitkomst: men verkiest een duurder treinkaartje voor een niet schoongemaakt, maar wel aanwezig toilet.

13 november 2009

Fiep Westendorp Dag

0aa660bf1321b0be68dc4394c71bf85f_foSinds vandaag is er een bijzonder hoogleraar illustratie aan de Universiteit van Amsterdam. Haar naam is Saskia de Bodt (foto: Jeroen Oerlemans) en vandaag werd ze geïnstalleerd. Daaraan voorafgaand (of eigenlijk: onderdeel daarvan uitmakend) vond de Fiep Westendorp Dag plaats in de universiteitsbibliotheek. Dat beide evenementen min of meer tegelijkertijd plaatsvonden is niet zo verwonderlijk, want de Fiep Westendorp Foundation heeft ervoor gezorgd dat er een hoogleraar illustratie is gekomen.

In de ochtend werden de Fiep Westendorp Stimuleringsprijzen à 20.000 euro uitgereikt, maar het begon met een zeer uitgebreide uiteenzetting van wat de Stichting allemaal doet. Ik dacht dat het langdradig en vervelend zou worden, maar in werkelijkheid bleek het afwisselend en onderhoudend genoeg. Daarna reikte de voorzitter van de stichting, Hedy d’Ancona, de drie prijzen uit aan de drie laureaten, de een zenuwachtig, de ander een stuk zelfverzekerder dan toen ze haar werk kwam laten zien aan de jury (waar ik in zat) en de derde al net zo goed voorbereid en verzorgd als toen ze indertijd voor de jury stond.

Na een pauze kwamen de drie prijswinnaars van de vorige keer laten zien wat ze met het geld gedaan hadden, en dat was buitengewoon bemoedigend.

Daarna gingen we een paar deuren verder naar de inaugurele rede van Saskia de Bodt luisteren. De Lutherse Kerk, waar de rede plaatsvond, was behoorlijk vol (ik denk dat er dik driehonderd mensen waren) en na afloop was er zo’n lange rij van mensen die de verse hoogleraar wilden feliciteren, dat ik de puf niet op kon brengen om erin te gaan staan. Er was ook geen gastenboek, dus ik kon ook niet even opschrijven: ik was er! Dus ik ben zonder te feliciteren weer weggegaan.

De rede heette Van Poe tot Pooh, en ging over wat ik wel verwachtte: de geschiedenis van de illustratiekunst. De studie daarvan schijnt ook de opdracht te zijn die aan de nieuwe hoogleraar is meegegeven, dus het was ook logisch dat ze een overzicht gaf.

Illustratoren deelde ze in in drie categorieën: illustratoren die de auteur van wie ze werk illustreren niet kennen, illustratoren die zelf de schrijver zijn, en illustratoren die nauw samenwerken met de auteur. Tot mijn stomme verbazing passeerde ze de tweede categorie zo snel als de wind met de mededeling dat het interessante er pas ná kwam, namelijk de derde categorie. Dat zei ze niet met zo veel woorden, maar de teneur van haar betoog kwam daar op neer. In historisch perspectief begrijp ik dat ook wel. Zogenaamde dubbeltalenten, illustratoren die hun eigen werk schrijven, ken ik nauwelijks uit het verleden – ja, Rie Cramer! – terwijl ik er in het heden zó tien op kan noemen!

Het maakte in ieder geval wel duidelijk waar de nadruk zal komen te liggen bij het werk dat Saskia de Bodt zal gaan verrichten. Ik ben erg benieuwd wat verder haar werk zal inhouden, of ze studenten gaat begeleiden of onderzoek gaat doen. Dat kregen we nu niet te horen, en daar ben ik toch eigenlijk wel benieuwd naar.

Tot slot: waren er ook illustratoren in de zaal? Ja (en dan laat ik de laureaten van de Fiep-prijs even buiten beschouwing): Mance Post, Annemarie van Haeringen en Marit Törnqvist. Nee, meer illustratoren waren er volgens mij niet.


Meer lezen? Hier:

http://www.hum.uva.nl/organisatie/hoogleraarsbenoemingen.cfm/498C38E2-1321-B0BE-A48DFE808C58E394

12 november 2009

Afscheid Liesbeth

Vanavond was het afscheidsfeestje van Liesbeth ten Houten in Kasteel Groeneveld te Baarn, een kasteel waar Liesbeth regelmatig te vinden was en is, omdat er zo nu en dan illustratiewerk tentoongesteld wordt, soms op initiatief van Liesbeth zelf. Een deftige plaats voor een mooi afscheid, waarbij Rindert Kromhout – die zich eindelijk weer eens liet zien! – een leuke speech uitsprak en zich daarbij terzijde liet staan door de jarige Tonke Dragt. De vandaag 79 jaar geworden diva was, samen met Miep Diekmann, met een taxi vanuit Den Haag gekomen om het feest luister bij te zetten, en ze deed dat met verve. Tonke en Rindert leken wel een komisch duo!

De nieuwe uitgever van Leopold – nou ja, Manja Heerze loopt ook alweer een tijdje mee – overhandigde aan Liesbeth een reischeque en een doos met kaarten die zogenaamd door de gasten waren gestuurd vanuit een buitenland of vakantieadres. Liesbeth kreeg verder bloemen, sprak een kort dankwoord uit, en wenste iedereen een fijne middag en avond. En die hadden we. Het hééft gewoon wel wat om in een prachtige kasteelzaal te borrelen met oude en nieuwe bekenden, onder het genot van hapjes uit alle windstreken: van bitterballen uit Nederland tot garnalen uit Thailland – de liefde van Liesbeth voor het reizen was tot algeheel motief van het feest verheven.

Vanaf morgen is de kamer van Liesbeth op Singel 262 leeg. Dat wil zeggen: Liesbeth zal er niet meer zitten. Ze gaat met enige regelmaat klussen doen voor Leopold, maar dan vanuit de dependance. Lees: haar eigen huis.

11 november 2009

Liesbeth ten Houten stopt bij Leopold

LiesbeththMorgen gaan we met zijn allen naar Kasteel Groeneveld in Baarn om afscheid te nemen van Liesbeth ten Houten. Wie dat is? Veertig jaar lang was Liesbeth boekenmaakster, het grootste gedeelte daarvan uitgeefster bij Leopold, eerst in Den Haag en later in Amsterdam.

Vijfentwintig jaar geleden kwam mijn eerste boek uit bij Van Goor, maar daar durfden ze mijn gedichten niet aan en dus stuurde ik ze naar Leopold, omdat er net een dichtbundel was bekroond met een Zilveren Griffel. Dat was Haringen in de sneeuw van Remco Ekkers. Dat succes zal er mede voor gezorgd hebben dat Liesbeth het wel aandurfde, want binnen een week kreeg ik bericht dat ik bij Leopold een bundel mocht maken. Dat werd Van verdriet kun je grappige hoedjes vouwen. Er volgden nog heel wat boeken, en de meeste daarvan zijn terechtgekomen in Hou van mij, de verzamelde gedichten, die mede zo mooi zijn uitgegeven omdat Liesbeth vond dat we flink uit moesten pakken.

Ik weet niet helemaal zeker wat Liesbeth nu gaat doen, of ze nog tot het einde van het jaar blijft of dat ze vanaf morgen niet meer op kantoor te vinden is; ik weet wel dat ze nog lang niet achter de geraniums gaat zitten. Ze blijft in ieder geval de belangen van Max Velthuijs behartigen en zich bezighouden met Tonke Dragt en haar werk. Verder houdt haar belangstelling voor kinderen & kunst haar aan het werk – ik heb niet zo lang geleden de prachtige platen gezien die Daan Remmerts de Vries op initiatief van Liesbeth maakte voor een boek over Kandinsky voor het Haags Gemeentemuseum.

We zullen haar waarschijnlijk niet meer zo vaak zien in het pand aan de Amsterdamse Singel 262, maar ik vertrouw erop dat we haar nog vaak daarbuiten tegen zullen komen. Vanaf deze plaats wens ik Liesbeth nog veel inspirerende en werkzame jaren toe en dank haar voor de vijfentwintig jaren die achter ons liggen.

9 november 2009

Mirjam Oldenhave schrijft Kinderboekenweekgeschenk 2010

Mirjamoldenhave_2Mirjam Oldenhave schrijft het Kinderboekenweekgeschenk van 2010. Dat heeft de CPNB zojuist bekendgemaakt. Het thema van de Kinderboekenweek zal zijn: het verbeelden van verhalen, onder het motto De Grote TekenTentoonstelling - beeldtaal in kinderboeken.

Hemeltjelief! Wat móét je met zo'n onderwerp? Ik snap het maar half! Dat zal misschien ook wel de bedoeling zijn van de CPNB, want hoe gaan schrijvers en uitgeverijen inspelen op dit thema, zoals ze de afgelopen jaren hebben gedaan? Niet zo makkelijk als concrete thema's als "dieren" of "eten en snoep".

Philip, Dolf, Nannie

KuipernanniefotominnedijkstToen Philip Hopman van zijn paard viel en zijn been brak, maakte ik daar melding van op dit weblog. Toen niet veel later Dolf Verroen in Amsterdam zijn heup brak, heb ik dat niet gemeld. Die beslissing nam ik gevoelsmatig. Ik vond de gebroken heup van Dolf om de een of andere reden te privé; mee zal hebben gespeeld dat ik verwachtte dat Dolf, vanwege zijn gevorderde leeftijd, heel lang zou moeten revalideren, en dat vond ik niks voor op dit weblog. Ik dacht dat Philip zo weer op de been zou zijn omdat hij een jonge vent is (nou ja, zo pril is hij nu ook weer niet meer, maar in ieder geval niet over de tachtig, zoals Dolf), dus het bericht over hem vond ik wél geschikt voor dit weblog. Maar soms vergis je je: Dolf loopt alweer rondjes rond zijn huis, terwijl Philip, die weliswaar gipsvrij is, nog behoorlijk veel last heeft en moeilijk redelijke afstanden aankan. Maar het komt goed met hem. Echt.

Ben benieuwd hoe het zal gaan met Nannie Kuiper (foto: Minne Dijkstra). Die is gevallen en ongelukkig terechtgekomen, waarna ze door een stoere brandweerman met een ladder uit haar huis getild werd voor een kort verblijf in het ziekenhuis. Inmiddels is ze alweer twee weken thuis en houdt rust. Ik heb haar gesproken en we hebben een half uur lang gelachen, dus het komt goed met haar, vandaar dat ik het wel op dit weblog durf te zetten.

7 november 2009

Brievenverbranding in Expeditie Robinson

ExrobEen van mijn favoriete programma’s is Expeditie Robinson (RTL 5, donderdagavond), een programma waarin Nederlanders en Belgen op een eiland worden gedropt en daar moeten zien te overleven onder het oog van de camera. Het meest interessant vind ik de onderlinge verhoudingen, de manier waarop mensen zich in de groep handhaven (of niet).

Afgelopen donderdag gebeurde er iets waardoor ik dacht: dit gaat te ver. Er werden namelijk brieven en tekeningen verbrand van familieleden van de kandidaten. Je zag bij alle mensen een zeker ongeloof, zelfs bij de presentatrice van het programma (Evi, rechts op de foto) die de brieven in brand stak. Ik zou zelf, als ik kandidaat was geweest, op dát moment hebben gezegd dat ik niet meer aan het programma mee wilde doen, omdat ik het immoreel vind om brieven van derden te verbranden zonder dat daarbij duidelijk wordt gemaakt dat de afzender en de geadresseerde daar toestemming voor hebben gegeven. Misschien verwáchtte de presentatrice ook wel dat er protest zou volgen, maar het kwam niet. Degenen van wie post werd verbrand keken lijdzaam toe en accepteerden wat er gebeurde.

Ik vind dat het programma daarmee te ver is gegaan. Het is misschien overdreven om te verwijzen naar de boekverbrandingen in de Tweede Wereldoorlog, maar daar moest ik wel sterk aan denken bij het zien van het vernietigen van de brieven. Ik dacht nog dat aan het einde van het programma misschien iemand zou zeggen dat alleen kopieën waren verbrand, maar dat gebeurde niet. Je moet hieruit dus opmaken dat RTL achter het verbranden van persoonlijke papieren staat, want anders hadden ze de briefverbranding niet bedacht. Tegelijkertijd moet je eruit begrijpen dat de kandidaten en hun familie bereid zijn dat er op deze manier wordt omgegaan met hun persoonlijke documenten. Die kandidaten vinden zichzelf waardige Robinsons omdat ze onder moeilijke omstandigheden staande blijven, maar het uitblijven van protest tegen het verbranden van brieven van hun familieleden laat zien dat die waarde weinig voorstelt.

6 november 2009

Harrie Geelens You Tube

Harrie Geelen heeft, zo te zien, You Tube ontdekt. Bovenstaand filmpje is de nieuwste aanwinst op zijn speciale You Tube-pagina, waarop nu drie filmpjes staan en waarvan dit het adres is: http://www.youtube.com/user/HarrieGeelen#p/a. Dit filmpje, De kerst van Lucy's monstertje, maakte Harrie een poos geleden op basis van tekeningen van zijn destijds tienjarige kleindochter.

5 november 2009

Rumoer

Het is, als ik me goed herinner, nog nooit voorgekomen dat een optreden van mij helemaal de mist in ging, maar gisteren gebeurde het. Ik was gevraagd om te komen voorlezen tijdens een prijsuitreiking aan kinderen, maar halverwege het verhaal stopte ik ermee omdat de omstandigheden waaronder ik het moest doen zo abominabel waren, dat het gewoon niet meer ging.

Ze hadden een kleine ruimte laten vollopen met mensen, waarbij volwassenen en kleine kinderen met hun jas aan gewoon door elkaar stonden. Het lukte me op een bepaald moment wel om de volwassenen van de kinderen te scheiden, zodat de kinderen wat konden zíén, maar de kinderen stonden noodgedwongen zo dicht op me dat ik erover struikelde en me amper kon verroeren. En achter me, in een soort nis, hadden ze kinderen neergezet die aan het tekenen waren en die hun mond niet wilden houden. Eerst moest ik er nog wel om lachen. Ik vroeg of ze stil wilden zijn, en toen riep een jongetje dat ik zelf maar stil moest zijn. Ik zei dat ik gevraagd was om te komen voorlezen, maar hij hield vol dat als zij hun mond moesten houden, ik mijn mond ook moest houden. Aan de andere kant van de ruimte gingen de volwassenen door met praten, zodat het aan alle kanten rumoerig was en ik er zelfs via de microfoon niet bovenuit kwam. Toen ik merkte dat het onmogelijk was om mijn werk te doen, ben ik gestopt met het verhaal waar ik mee bezig was. Er was geen kind dat ertegen protesteerde, want de situatie maakte het onmogelijk om enige concentratie op te brengen. Ik wilde eigenlijk mijn jas en tas pakken en weglopen, maar ben gebleven en heb met een aantal kinderen getekend. Dat kon nog net wel in het rumoer.

3 november 2009

Kroniek van een schuldig leven

Nop_2Gisteren was er in De Rode Hoed in Amsterdam een avond, georganiseerd door uitgeverij Van Oorschot en SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam), rond het verschijnen van het eerste deel van Kroniek van een schuldig leven, de biografie van Gerard Reve door Nop Maas. Ik was gevraagd om een lezinkje te geven over een oud boek van Reve en ik heb dat ook gedaan.

Ik dacht dat het publiek zou bestaan uit een man of dertig; in werkelijkheid zat De Rode Hoed vol. Ik denk dat er meer dan driehonderd mensen waren. Dat maakte me wel iets zenuwachtiger en dat kwam doordat ik niet zo heel positief was over het boek dat ik had gelezen: Vier Wintervertellingen. Ik dacht: het zijn allemaal Revefans en die gaan natuurlijk met tomaten naar me gooien.

Dat deden ze gelukkig niet; er werd zelfs wel gelachen om een paar passages uit mijn praatje, en sommigen zeiden dat het wel verfrissend was dat ik niet óók idolaat was van Reve, zoals de meeste andere sprekers. - Nou ja, ik ben wel enthousiast over Reve, maar over zijn látere werk.

De avond werd meesterlijk gepresenteerd door Margreet Dolman en door haar luchtige presentatie werd de avond, die het in zich had om loodzwaar te worden, dat niet. Zwaar werd het alleen even voor Wouter van Oorschot, die een stukje voorlas uit een boek van Reve en het tijdens zijn voordracht te zwaar kreeg. Dat was onverwacht, maar maakte wel heel inzichtelijk hoe oprecht lezers kunnen houden van auteurs en hun werk.

Na afloop kwamen wat mensen met mij praten en bijna allemaal hadden ze het over het interview in de NRC. Dat interview met die kop. Ik kon aan de commentaren van sommige mensen merken dat, hoewel ze het artikel gelezen hadden, ze denken dat ik pedofiel ben. Ik wilde boos worden, zeggen: kun je niet lezen, lul? Maar het ging in alle gevallen om mensen die het zeiden omdat ze de nuance in het interview waardeerden. Om de een of andere reden is de uitkomst van deze som echter even duidelijk als 1 + 1 = 2: kinderboekenschrijver + nuance over pedofilie = pedofiel.

Ik ben benieuwd hoe lang het duurt eer ik daar weer vanaf ben – misschien wel nóóit – en of ik er in het vervolg beter over kan praten of juist zwijgen. Dat laatste ligt niet in mijn aard, maar ik wil er ook niet door achtervolgd worden. Ik begin steeds beter te begrijpen waarom voormalige slachtoffers van pedo’s daar niet voor uitkomen: voor je het weet ben je zelf verdacht!

1 november 2009

Conversatie op feestje

En wat doe jij?

Ik ben kinderboekenschrijver.

Heb ik wel eens van jou gehoord, haha?

Dat weet ik natuurlijk niet.

Bert van Lieshout, nee, dat komt me niet echt bekend voor.

Ted.

O, Ted. Nee.

Geeft niks.

Noem eens een titel, misschien zegt dat me wat.

Nou nee, laten we daar niet aan beginnen.

Hoezo?

Dan zeg ik een titel en dan zeg jij dat je die niet kent en dan noem ik een andere titel en die ken je dan ook niet en dan wordt het steeds gênanter. Dat heb ik nou al zo vaak meegemaakt.

Ach welnee. Noem er nou maar een. Misschien ken ik hem wel.

Nee, daar begin ik niet aan, als je het niet erg vindt.

Ik vind het niet gênant, hoor. Ik snap niet waarom je d’r zo moeilijk over doet.

Ik heb gewoon niet zo’n zin om een hele rits titels achter elkaar te noemen die je toch niet kent.

Hoe weet jij dat nou?

Je bent niet de eerste die het vraagt. - Als mijn naam je niks zegt, zullen mijn titels je ook niks zeggen.

Ik heb anders heel veel titels in mij hoofd.

Nou vooruit, ‘Gebr.’ dan.

Wat?

‘Gebr.’, de afkorting van gebroeders.

Eh, nee, dat zegt me niks.

Zie je wel.

Noem eens aan andere titel.

Wacht, ik ben de afgelopen anderhalve maand volop in het nieuws geweest, ik heb in zowat alle kranten gestaan, ben op tv geweest; als je mijn naam in de afgelopen tijd nou nog niet bekend voorkomt, dan weet ik het ook niet meer, haha.

In welke kranten dan?

Nou, Parool, Volkskrant, NRC.

Volkskrant hebben wij wel.

Ik stond erin met een foto waarop ik een parasol openklap. In augustus was dat.

...Kweenie.

Geeft ook niks, maar laten we er dan niet de hele tijd over dóór gaan.

Ja, maar…

‘Koekjes!’. Dat was het prentenboek voor kleuters van afgelopen Kinderboekenweek. Kon je bijna voor niks kopen. Het stond twee weken op 1 in de CPNB Bestseller Top 60!

Onze kinderen zijn 10 en 11.

Nou, dan ken je waarschijnlijk Jan Paul Schutten wel.

Wie?

De schrijver van het gratis geschenk. ‘De wraak van het spruitje’.

Ja, dat ken ik. Dat heb ik gezien.

Mooi zo.

Zie je nou wel dat ik een titel ken!

Ja, je hebt gelijk.

31 oktober 2009

Clip van Harrie Geelen

De Nederlandse popgroep the Cloudmachine vroeg Harrie Geelen om een clip bij hun lied Safe Haven. In afwachting van een (geslaagde!) operatie die Harrie moest ondergaan heeft hij dit prachtige filmpje gemaakt, dat over een week te zien is op het Dutch Animation Film Festival en voor een prijs in aanmerking komt in twee categorieën: Commissioned Films en de Audience Award Dutch Animation. – Het is nog een mooi liedje ook!

30 oktober 2009

Poëziespektakel 3?

Morgen281009xIn De Morgen van afgelopen woensdag stond een mooie recensie (klik op plaatje voor vergroting) van Patrick Jordens van Ik wil een naam van chocola. Hij stelt erin dat het boek een initiatief is van mij, maar dat is niet zo. Querido kwam zelf met het verzoek of ik wilde meehelpen met het maken van een boek met gedichten van verschillende dichters; wel is het zo dat ik het concept ervoor bedacht en uitgevoerd heb. Maar ik had onmisbare hulp van Jacques, Belle, Judith, Esther en Mirjam.

Over twee weekjes gaan we bij elkaar zitten om te beslissen of er een deel 3 komt van Querido’s Poëziespektakel, en zo ja, of ik de kar dan weer trek.

Behalve lof heeft Jordens ook wel kritiek, zij het dat die mild is: ‘“Des guten zu viel”… het gevaar van indigestie loert om de hoek. Enige soberheid en rust was hier zeker welgekomen.’

Ik begrijp dat wel en ik zíé ook wat hij bedoelt, maar de vraag is of ik er me iets van aan moet trekken. Het idee achter het boek is toch om te laten zien hoe rijk de poëzie is, en dat doe je natuurlijk niet door zuinig en sober te zijn. Da’s net zoiets als mensen uitnodigen voor een copieuze maaltijd en dan alleen droog brood en beschuit op tafel zetten. Op de illustraties – het beleg, zeg maar – wil ik al helemaal niet bezuinigen. Niet alleen kunnen we illustratoren om onverwachte tekeningen vragen, we hebben ook gemerkt dat veel tekenaars het een uitdaging vinden om eens in zwart-wit met één steunkleur te werken.

Maar enfin, de bedoeling van dit stukje is eigenlijk om júllie mening te peilen. Als er een derde deel komt, wat moet er dan hetzelfde en wat moet anders?

29 oktober 2009

Kinderdictee

Kinderdictee2Ik schrijf dit jaar het Groot Kinderdictee. De zesde editie van het Groot Kinderdictee wordt zondag 13 december om 19.00 uur uitgezonden op Nederland 3 door de NPS. Philip Freriks tekent zoals gewoonlijk voor de presentatie en de locatie is opnieuw het gebouw van de Eerste Kamer in Den Haag. Scholen kunnen hun schoolkampioen aanmelden tot 4 november via de website van het programma: http://grootdictee.nps.nl/page/grootkinderdictee?jaar=2009. Op 25 november is er eerst nog een halve finale.

Het is de zesde keer dat het Dictee wordt uitgezonden. De eerste keer werd het geschreven door iemand wiens naam niet bekend werd gemaakt, de tweede keer door Bart Chabot, en de keren daarna door respectievelijk Paul van Loon, Francine Oomen en vorig jaar door Edward van de Vendel.

Broer en nicht bij Lingo

Naar de aflevering van Lingo van vanavond ga ik gespannen zitten kijken, want mijn broer Albert en zijn dochter Abel doen mee!

28 oktober 2009

Mr Finney gepresenteerd

Finney_2Vorige week stond Mr Finney, het boek van prinses Laurentien en Sieb Posthuma al in de Bijenkorf Top 10, terwijl het pas vandaag uitkwam. Vanmiddag werd het in Rotterdam gepresenteerd en voor de aanwezigen was het een hele zit. Dat lag zeker niet aan Edward van de Vendel, die heel naturel presenteerde en daarbij even gemakkelijk omging met de volwassenen als met de kinderen in het publiek. Tot die volwassenen behoorden prinses Irene, prinses Laurentien en haar man prins Constantijn, een aantal fractievoorzitters van de Tweede Kamer en de burgemeester van Rotterdam. Die zaten allemaal op de eerste rij en het was ook uitsluitend voor díé rij en de pers dat het programma was opgezet. Grote en kleine mensen werden op of vóór het podium zodanig opgesteld dat ze alleen gezien konden worden als je op de voorste rij zat. In de zaal zaten, tussen alle volwassenen in, tal van kinderen, die niets konden zien en voor wie het programma stierlijk vervelend was. Niet in het minst doordat niemand iets verrassends zei, behalve de directeur van vuilverwerkingsbedrijf Van Gansewinkel, de heer Zondag, die een stel kinderen uitnodigde om mee te rijden op een elektrische vuilniswagen, en daar had de rest van de zaal ook ontzettende zin in. Nou ja, ik. Voor het overige zei men alleen wat wenselijk was en werd er behoorlijk gefleemd: over dat volwassenen beter naar kinderen moeten luisteren, want als het aan kinderen lag kwam het met het milieu helemaal goed, maar ja, die domme volwassenen willen almaar niet naar kinderen luisteren, hè? – Dat soort taal.

Over het boek werd veel niet duidelijk, behalve dan dat het in twee maanden geschreven is, dat Laurentien en Sieb er met veel plezier aan gewerkt hebben, en dat een vlag die geplant was op de bodem onder de Noordpool de aanstichter was van het boek. Zorg om het milieu, daar ging het om!

Na afloop kregen we allemaal het boek mee naar huis in plastic tassen met daarin tijdschriftjes die verpakt waren in plastic hoesjes. In de trein terug heb ik het boek doorgebladerd, maar nergens staat dat de opbrengst van het boek naar een goed doel gaat. Dat is ook helemaal niet gezegd, realiseerde ik me achteraf. Ik heb geheel zelfstandig uit de entourage opgemaakt dat dit boek bedoeld is om geld bijeen te brengen voor het milieu, maar dat blijkt nergens uit. Het is heel goed mogelijk dat prinses Laurentien alle inkomsten die ze uit de verkoop van het boek heeft schenkt aan een goed doel, maar het kan ook zijn dat ze het geld houdt en dat het goede doel dat haar met dit boek voor ogen staat is, dat kinderen zich bewust worden van het milieu. Maar dat zijn die kinderen allang, was tijdens de verschillende betogen al geconstateerd.

Was het dan eigenlijk een gewóne boekpresentatie waar ik getuige van was en waren al die hoogwaardigheidbekleders en die massaal toegestroomde pers er omdat het zo’n geweldig boek is dat vandaag is verschenen? Ik ga het metéén lezen!

27 oktober 2009

Fiep Westendorp Stimuleringspriizen toegekend

De Fiep Westendorp Foundation reikt dit jaar voor de tweede maal stimuleringsprijzen uit aan drie jonge illustratoren. De prijzen, elk ter waarde van 20.000 euro, zijn toegekend aan Anne van den Berg (25) uit Veghel, Merel Boers (28) uit Heemskerk en Maaike Verwijs (23) uit Breda. Dat maakte de stichting vandaag bekend.

De stimuleringsprijzen waren een uitdrukkelijke wens van illustratrice Fiep Westendorp (1916-2004). Ze zijn bedoeld om jonge illustratoren in staat te stellen een specifiek project uit te voeren en zich verder te ontwikkelen. Om het jaar worden drie prijzen toegekend.

Hedy d'Ancona reikt de stimuleringsprijzen voor 2010-2011 op vrijdag 13 november uit in de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam tijdens de Fiep Westendorp Dag.

26 oktober 2009

Nieuwe boekenbonnen

BoekenbonnenOp 29 september werden nieuwe boekenbonnen gepresenteerd ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan ervan. Ze zijn ontworpen door Jaap Drupsteen. Er staan portretten van schrijvers op en wat opvalt is dat kinderboekenschrijvers geheel ontbreken. Annie M.G. Schmidt mocht nog meedoen met de laatste serie boekenbonnen, maar zij is afgevoerd en met haar de hele kinder- en jeugdliteratuur. Boeken, zo heeft men misschien gedacht, zijn geen kinderspel maar een serieuze aangelegenheid voor volwassenen. Of wellicht heeft men geredeneerd dat kinderen geen boekenbonnen kopen, maar volwassenen wel, en als die een boekenbon aanschaffen, kopen ze er liever een met Jan Wolkers erop dan met Paul Biegel. Het kan zijn dat men vindt dat je kinderen sowieso geen boekenbon cadeau moet doen; ze zijn in ieder geval niet zo uitnodigend om voor kinderen te kopen. Maar je kunt je afvragen of ze dat wel zouden zijn als de portretten van Carry Slee en Jacques Vriens erop stonden. Zouden ze dan aantrekkelijker zijn als Kikker en Dolfje Weerwolfje erop te zien waren? Of zouden kinderen dan denken dat ze er alleen een boek over Kikker of Dolfje van kunnen kopen? Misschien moet je kinderen gewoon een tientje geven in plaats van een bon met Nelleke Noordervliet erop en ze dan zelf laten beslissen welk boek ze ervoor kopen. Of iets anders.

25 oktober 2009

Geen bussen meer maar omtreinen

Treinns_4Wie in het weekend met de trein wil heeft niet zelden pech: menig trein rijdt op zaterdag en zondag niet en tot voor kort werden dan bussen ingezet (vooral het traject Utrecht - Eindhoven is berucht). Als je op internet uitzocht hoe je in zo'n geval het best kon reizen, dan werd aangegeven dat je op het stuk waar geen trein reed een NS-bus kon nemen. - Vervelend, maar als je het klappen van de zweep eenmaal kent gaat het redelijk vlot.

Daar is stapsgewijs iets in veranderd. Laatst reisde ik van Amsterdam naar Eindhoven en toen werd omgeroepen dat je via Nijmegen moest reizen. Ik wist dat er gewerkt werd aan het spoor en had me voorgenomen om de bus te nemen op het traject Utrecht-Den Bosch, maar omdat daar geen melding van werd gemaakt, nam ik het zekere voor het onzekere en reisde via Nijmegen. De reis duurde daardoor anderhalf uur langer. Op de terugweg nam ik de bus, omdat ik in de gaten had gekregen dat er wel degelijk NS-bussen reden, maar dat dat niet werd omgeroepen. Toen duurde de reis maar een half uurtje langer.

Gisteren moest een vriend van mij ook naar Eindhoven, maar nu was er van bussen helemaal geen sprake meer. Ik weet niet of ze er ook echt niet waren of dat er alleen geen informatie over werd verstrekt, maar op de site van NS stond in ieder geval dat je via Nijmegen moest met de trein.

Nu vraag ik me af of NS weer iets nieuws heeft gevonden om op te bezuinigen, namelijk op NS-bussen of op informatieverstrekking:

- zet NS geen bussen meer in als er aan het spoor gewerkt wordt op intercity- en sneltreintrajecten, indien het mogelijk is om via een andere route bij de grotere plaats te komen (wel NS-bus tussen Utrecht en Culemborg, maar niet tussen Utrecht en Den Bosch omdat je ook in Den Bosch kunt komen via Nijmegen)?

- of rijden die bussen nog wel, maar informeert NS er niet meer over, eventueel omdat ze van plan zijn om op termijn die dienst niet meer te verlenen en op deze manier reizigers willen laten wennen aan het wegvallen van die bussen?

De moeilijkheid is dat het geen kwestie is van even NS bellen en vragen, want de mensen van NS zijn over het algemeen niet zo goed geïnformeerd. Het antwoord zal uit de praktijk moeten komen.

24 oktober 2009

Scenariodilemma

Oorlogswinter_2

Maandag was er een seminar over scenarioschrijven voor kinderen. Ik zat in het panel en één van de vragen was: kun je over elk onderwerp voor kinderen schrijven? Mijn antwoord daarop was ja, en ook de andere panelleden reageerden bevestigend. Maar gaandeweg kwamen zij daarop terug: over genocide schrijven voor kinderen van 6 vonden ze toch te bar.

Eigenlijk snap ik dat niet, want hoewel ik het wel een erg ver gezocht onderwerp vind voor de leeftijdsgroep van 6 jaar, ligt de uitdaging er toch in om zo’n onderwerp wél te behandelen als het aan de orde is. Ik vind dat het best kan. Ik heb een keer een gedicht geschreven over een massamoord onder mieren. Da’s ook een soort genocide, maar dan nabij. Ik bedoel: het hoeft niet per se op wereldniveau.

Tijdens het seminar werd een fragment getoond van de film Oorlogswinter, waarbij de hoofdpersoon, een puberjongen, zijn oom in de rug schiet en doodt. Dat is een onderwerp waar ik meer moeite mee heb. Het is niet voor niets dat er in films een ongeschreven regel geldt die zegt dat de held zijn tegenstander pas vermoordt als het niet anders kan, bijvoorbeeld omdat hij wordt aangevallen. In dit geval had in het script gestaan, vertelde scenarioschrijver Paul Jan Nelissen, dat de jongen zijn oom vermoordt omdat die op het punt staat zijn ouders te verraden, maar de regisseur besloot het ombrengen te filmen als een executie. Zo krijg je de boodschap dat het onder bepaalde omstandigheden is geoorloofd om iemand om het leven te brengen. En dat is eigenlijk een onderwerp waar ik niet gauw over zou schrijven als het voor kinderen was. – Niet gauw, maar als het me gevraagd zou worden, zou ik het dan toch doen? Ja, als ik er een morele draai aan kon geven.

Los daarvan geeft dit voorbeeld goed aan wat soms erg moeilijk is aan het vak van scenarioschrijver: ik kon tijdens het panelgesprek merken aan Nelissen dat hij moeite heeft gehad met de beslissing van de regisseur om van de scène die hij had geschreven een executie te maken. Toch bleef hij lijnrecht achter de regisseur staan, en dat typeert Nelissen als de vakman die hij is. - Weten wat Nelissen zoal aan scenario's heeft geschreven? Kijk hier: http://www.netwerkscenario.nl/memberpage.php?memberid=29446&alfa=1

22 oktober 2009

Strijkijzer

StrijkijzerHet waren de Drie Dwaze Dagen bij de Bijenkorf en daar stikte het van de dames en hun meegebrachte heren die uit waren op koopjes – die in werkelijkheid geen koopjes waren. De spullen waren nog steeds duur, ook al waren ze afgeprijsd, maar het waren koopjes van de Bijenkorf, dus je had toch het idee dat je voordelig uit was.

Ik zag daar een strijkijzer staan dat was afgeprijsd van 289 voor 219 euro. Onder normale omstandigheden zou ik er niet over piekeren om zo’n strijkijzer te kopen, want je kunt prima strijkijzers kopen voor nog geen 50 euro, maar er waren twee redenen waarom ik er toch mijn zinnen op had gezet:

1. ik heb een prijs gewonnen en ik mag best wel tweehonderd euro uitgeven aan een baldadig cadeautje voor mezelf;

2. ik heb in heel mijn leven nog nooit een fatsoenlijk strijkijzer gehad. Het zijn altijd dingen geweest die in de aanbieding waren, en waar je met heel je gewicht op moet leunen, omdat ze zo licht zijn dat je de kreukels er niet vanzelf mee uit krijgt.

Dus ik wou dat peperdure strijkijzer hebben. Maar op internet vond ik uit dat het helemaal geen koopje was, want je kunt hetzelfde strijkijzer elders voor 199 euro krijgen en dan is het niet eens in de aanbieding. En nu zal ik het maar eerlijk toegeven: ik heb het tóch in de Bijenkorf gekocht voor 219 euro, omdat ik daar zín in had. Erg, hè?

En omdat het geen gezicht was om met zo’n peperduur strijkijzer te strijken op de ouwe strijkplank die ik had, ben ik ook een nieuwe strijkplank gaan kopen.

En strijkt-ie lekker? Jaaa!